Tweeledig

Dit deel van de website van Anomie Films is het archief van stichting Tweeledig. Tweeledig kan gezien worden als de jeugd van Anomie Films (uitgaande van het deel wat ik daarin 'was').

Tweeledig is op 22 april 1997 opgericht door Xander Jongejan (1973) en mijzelf, Jasper Langedijk (1973) uit onze behoefte aan een eigen podium, of anders gezegd, kweekbak. De stichting werd om diverse redenen opgeheven op 7 februari 2001. Tweeledig werd niet opgeheven omdat ze mislukt of failliet was.

In de kleine vier jaren dat Tweeledig bestond, heeft ze zeven (literaire) tijdschriften en drie amateur-theaterproducties gemaakt.

Tweeledig vind haar oorsprong op een middelbare school in Utrecht: de Openbare Schoolgemeenschap "Hendrik van der Vlist", en de twee jaar daarna. In de periode van 1986 tot 1993 zaten Xander Jongejan en ik op deze school. Jongejan kwam een paar jaar na mij op de school, en ik was twee jaar eerder van de school verdwenen.

Eén jaar deelden wij daadwerkelijk hetzelfde leerjaar.

In dat jaar hadden we bij het vak Nederlands, gegeven door docent Piet Broeders (inmiddels met pensioen), die eenmaal per week in het computerlokaal les gaf (naast de twee andere lessen Nederlands in een gewoon klaslokaal). In dat computerlokaal kregen we schrijfopdrachten. Soms was de opdracht een verslag of een betoog, soms een kort verhaal. Er werd in tweetallen gewerkt (vanwege het aantal beschikbare computers). Jongejan en en ik werkten daar (vooral) niet samen; we hadden alletwee iemand naast zich die enerzijds met plezier meewerkte aan de altijd wat extremer aangepakte uitvoeringen van de opdrachten, en die anderzijds gemakkelijk een forse stap opzij deden wanneer dat gepast was binnen de samenwerking. Pas bij de allerlaatste opdracht van hun jaar samen, bundelden wij (voor het eerst) de krachten. We schreven een zeer flauw stuk, over twee knapen die op school een verhaal moeten schrijven. De opdracht was een kort verhaal of betoog over aanpassen (als thema zegmaar). Een opvallend onderwerp, in het licht van de aanpassingen die wij van onze vorige schrijfpartners verwacht en gekregen hadden, en zeker gezien in het licht van het gebrek aan inschikkelijkheid van onszelf; ten opzichte van elkaar. We kregen uiteindelijk niet meer dan een dikke voldoende (iets van een zes of een zeven), maar dat moet in het juiste perspectief gezien worden: we hadden onze lat wat hoger laten leggen, door de eerdere werken en zeker ook door de branie. Na dat jaar verliet ik de OSG Hendrik van der Vlist. Ik betrok een andere school. Terwijl Jongejan 5 VWO deed op de 'oude' school, maakte ik er een potje van op het volwassenenonderwijs (waar ze me heerlijk vrij lieten). We hielden leuk, maar oppervlakkig contact. Het ging eigenlijk nooit over schrijven. Het jaar daarop deed Xander zijn VWO examen, en ik -moe van het verprutsen en falen- versneld HAVO examen (jaar 4 en 5 ineen, waar ik ruimschoots voor in aanmerking kwam gezien mijn CV van toen al 6 jaar VWO -mits men niet naar de details keek).

Ten tijde van dat eindexamenjaar kreeg ik spontaan (einde in zicht, eindelijk constructief bezig) zoals men dat noemt 'de geest'. Bijna bij toeval kwamen we elkaar weer tegen op het schoolplein van van de OSG Hendrik van der Vlist (op dat moment omgedoopt naar het Prisma College). Ik kwam daar nog wekelijks op de koffie omdat mijn vrienden daar nog bijna allemaal op hun lessen volgden. Jongejan sprak mij aan terwijl ik van hem wegwandelde om koffie te halen. Hij had een papier in zijn hand. ik liep terug en keek naar het papier. Het was een literatuurlijst voor de mondelinge examens Nederlands. Jongejan vroeg of het een idee was de krachten te bundelen. Niet zozeer samen lui zijn: nee, samen (met wat branie) geweldig zijn. Ik was daar direct voor te vinden. Dit was (zelfs toen al) een plechtig moment(je).

Niet veel later zwommen we in de boeken en in de aantekeningen. We scoorden beiden de hoogst mogelijke resultaten voor hun mondelingen examens (voor alle talen) en we slaagden beide voor het eindexamen.

Na de examens waren we mentaal met elkaar vergroeid. Met nog een vriend waren we onszelf een tijdje de Empirische Drie-Eenheid gaan noemen, en onder dat motto lazen we boeken, schreven we teksten en wisselden ze ideeën uit. De Drie-Eenheid heeft niet zo lang stand gehouden, maar tweederde van die Drie-eenheid; Jongejan en ik richtte later Stichting Tweeledig op. Op weg naar dat moment, in december 1994, werd Jongejan gevraagd door een basisschool (Het Praathuis in Culemborg) om een afscheids-musical voor de laatstejaars (groep acht) te schrijven en regisseren. Jongejan ging direct bij me langs. In die periode spraken we één keer in de week 's ochtends af, meestal op zaterdag. Jongejan stond dan bij mijn ouderlijk huis voor de deur en ik lag dan meestal nog (met mijn kleren aan) te slapen. Wanneer Jongejan de slaapkamer binnen was, startten wij direct de vergadering.

Het was vanzelfsprekend dat de musical gemaakt zou worden, en het was vanzelfsprekend dat we het samen gingen doen. In 1995 werd 'onze' musical 'Waar is Erik?' opgevoerd. Het was een flink off-beat (chaotisch maar leuk) product. Het idee was dat in musicals voor basisscholen nogal eens een kind kwijt is (ik zelf speelde in "Waar is Jantje" op mijn basisschool). Wij besloten te kiezen voor een wat ander verhaal met een misleidend doorsnee titel. Het kind zou kwijt zijn, maar dan anders; in een raamvertelling die drie parralelle verhalen diep uiteen zette, waarbij de hoofdpersonen feitelijk hetzelfde personage was, maar dan op een andere leeftijd, in een andere tijd en plaats. [Zo vertelde een opa aan zijn kleinkinderen een verhaal over een zwerver die zijn dromen (verhalen) vertellend zijn voedsel en onderkomen losbedelde. De mensen aan wie hij de dromen vertelde, vonden dat leuk en stelden daar wat tegenover. Op een kwade dag kwam de zwerver echter in het verkeerde land aan. Een boze tovenaar met harem ('Zwijg, vrouwen!') had dromen verboden omdat hij zelf nachtelijks zijn bed beplaste doordat hij eng droomde. De zwerver werd gearresteerd en bij de tovenaar gebracht. De tovenaar beschuldigde hem van alles wat los, vast en onwaar was (de zwerver gaf natuurlijk geen antwoord aan deze Pontius Pilatus) en veroordeelde hem per direct tot de dood ("hij zal worden gespiesd en verscheurd, waarna zijn resten zullen dienen als varkensvoer -als die je tenminste lusten!"). De tovenaar had ook een dochter en deze dochter was moe van de saaiheid van haar leven en nieuwsgierig naar de verhalen van de zwerver. Uiteindelijk mocht de zwerver een verhaal vertellen om eventueel zijn leven te redden. Het kostte wat moeite, maar zijn verhaal over Erik, die met zijn vriendjes in het bos gaat zoeken naar een plek waar hij van gedroomd heeft (dus hij wéét waar het is), verloste de tovenaar van zijn droomangsten, redde de zwerver zijn leven en maakte de kleinkinderen een hele avond geboeide luisteraars.] Misschien iets te ingewikkeld voor groep acht (en de doelgroep: groep één tot en met zeven en de ouders). Achteraf. Maar ze vonden het allemaal leuk om te doen. En we hadden een afscheidsmusical zoals maar weinig anderen die gehad hebben.

In 1996 regisseerde Jongejan een kort tweeluik op toneel onder de noemer 'experiment' binnen zijn studie. Hij kreeg daarvoor van de Universiteit Utrecht (Het Produktiebureau Theater) oefenruimte, een theaterzaal voor twee avonden en een symbolisch budget van vijftig gulden. In ruil daarvoor moest hij een theaterexperiment doen. Het experiment zat voor hemzelf het meest in het feit dat het zijn eerste regie zou zijn, maar dat was geen geldig argument om de faciliteiten van de Universiteit te krijgen. De aanleiding om het experiment aan te vragen was de door mij geschreven dramateks 'Comutatie'. Jongejan had zich na het lezen van die (tamelijk korte, maar eerste voltooide) dramatekst als doel gesteld het opgevoerd te krijgen. Om dat te realiseren zou hij een experiment moeten aanvragen bij zijn studie, en daar zouden ze een ander experiment willen dan 'Xander kijkt hoe het hem vergaat bij het regisseren van een tekst van Jasper'. Dus werd het een tweeluik, en het kreeg de titel Tweeledig (doordat het tweedelig was, doordat Jongejan en ik als Twee-Eenheid te werk gingen bij het maken van de voorstelling en doordat beide delen van de voorstelling bol stonden van de ambivalentie). Ik vertaalde en (soort van) bewerkte als een bezetene de tekst Giacomo Joyce van James Joyce (mijn toenmalige stokpaardje), waarna Jongejan het weer bewerkte en regisseerde. Bij de uitvoering van die tekst zat een man in de lichtcabine de tekst voor te dragen, terwijl het publiek naar een hypnotiserend (zo bleek het te werken) wit stipje (alle lichten uit, behalve een spotje wat een lichtcirkel ter grootte van een voetbal opleverde) keek. Hoe het wetenschappelijk gezien afliep is niet interessant op dit moment. Dat de stichting die een jaar later opgericht werd Stichting Tweeledig moest gaan heten is een direct gevolg van het gehouden experiment. Daarmee was en is het voor Jongejan en mij een zinnig experiment gebleken.

Toen de repetities voor de voorstelling Tweeledig aan de gang waren, betrokken Jongejan en ik samen een huis op de Koningstraat in de Schaakwijk in Utrecht. Dat hadden we ook zo beraamd, al in het begin. Bundelen van krachten en boekenkasten noemden we het. Jongejan's vriendin (inmiddels echtgenote) kwam er ook bij wonen. Eigenlijk (nogal onverschillig afgesproken) omdat er een huis was omdat zij in Friesland woonde terwijl ze in Utrecht studeerde: het was praktisch. Toen woonden er een drie-eennheid op de Koningstraat in Utrecht.

In dit huis startten Jongejan en en ik met de uitvoer van het plan op waar we al een paar jaar mee rondliepen: het oprichten van een stichting om hun podium-ambities en literaire driften te etaleren/exploiteren. Na een aantal wekelijks gehouden vergaderingen (met notulen en agenda) in de huiskamer op de Koningstraat, kwamen we tot een brief aan een aanbevolen notaris. Deze notaris zou, wanneer men een mooi plan en heel veel enthousiasme en vastberadenheid toonde, eventueel een flinke korting op de notariële akte geven. we schreven wat bij Tweeledig de boeken in gegaan is als de Brutale Brief en de geadresseerde notaris van Grafhorst (inmiddels genietend van een welverdiend pensioen) nodigde ons uit voor een gesprek. Tweeledig werd opgericht. Met de (nagenoeg gratis) statuten ging Jongejan naar de Kamer van Koophandel, en met het daar verkregen KvK-nummer schreven we de Postbank aan voor een zakelijke girorekening. Op 22 april 1997 was Tweeledig een operabele stichting. Daarna richtten we zich op enerzijds het snel uit te brengen Nul-numer van het nieuwe tijdschrift De Eendagsvlieg en anderzijds op de spoedig te starten repetities voor de eerste voorstelling. De Eendagsvlieg werd genoemd naar het aller eerste idee voor een theatergroep, enkele jaren daarvoor, vlak na het examenjaar, door hen bedacht met een pen en een grote gele envelop, op mijn slaapkamervloer op zo'n zaterdagochtend.

 

Share